Diabetes insipidus

Diabetes insipidus is een aandoening waarbij de nieren water niet goed vasthouden. Het lichaam maakt dan grote hoeveelheden verdunde urine aan. Iemand met diabetes insipidus moet daardoor heel vaak plassen en heeft veel dorst. Meestal komt dat door een tekort aan het antidiuretisch hormoon (ADH). Dat hormoon wordt in de hersenen gemaakt en via de hypofyse aan het bloed afgegeven. ADH zorgt ervoor dat de nieren water terugnemen in plaats van het met de urine af te voeren. Zonder ADH stroomt dat water ongehinderd weg. Soms maakt het lichaam wel genoeg ADH, maar reageren de nieren er niet op. Ook tijdens de zwangerschap kan een tijdelijke vorm ontstaan. Zolang er genoeg te drinken is, blijft het lichaam meestal in balans. Kan iemand niet genoeg drinken, dan dreigt ernstige uitdroging.

Hoewel de naam het doet vermoeden, heeft diabetes insipidus niets te maken met diabetes, oftewel suikerziekte. Bij diabetes is de urine zoet door de hoge concentratie van suiker, terwijl de urine bij mensen met diabetes insipidus juist (sterk) verdund is.

Diabetes insipidus hypofyse

In het Engels heet ADH meestal AVP, van arginine-vasopressine. Internationaal heet diabetes insipidus sinds 2022 daarom ook AVP-deficiëntie, en de nefrogene vorm AVP-resistentie. Die namen voorkomen verwarring met suikerziekte en duiken soms op in brieven of uitslagen. Deze website gebruikt de Nederlandse afkorting ADH.

Symptomen diabetes insipidus

Diabetes insipidus is te herkennen aan enkele duidelijke symptomen. Meest opvallend is dat er erg veel wordt geplast, bij volwassenen meer dan 3 liter per dag, ook ’s nachts. Bij kinderen leidt dat soms tot bedplassen. Daarnaast is er veel dorst, vaak met een voorkeur voor koud water. Omdat ook andere aandoeningen veel dorst geven, is onderzoek nodig om de diagnose te stellen. Bekijk een overzicht van alle symptomen van diabetes insipidus op de pagina symptomen diabetes insipidus.

Diabetes insipidus behandeling

De behandeling van diabetes insipidus hangt af van de vorm en de oorzaak. Waar mogelijk pakt de arts de oorzaak aan. Bij een tekort aan ADH helpt het medicijn desmopressine, meestal als tablet of smelttablet. Bij een blijvend tekort is dat een levenslange behandeling. Reageren de nieren niet op ADH, dan helpen een zoutarm dieet en bepaalde plaspillen om de hoeveelheid urine te beperken. Lees er alles over op de pagina diabetes insipidus behandeling.

Diabetes insipidus diagnostiek

Bij de diagnose sluit de arts eerst andere oorzaken van veel plassen en dorst uit, zoals suikerziekte. Daarna volgt een test. Steeds vaker is dat een meting van copeptine, een stof die het lichaam tegelijk met ADH aanmaakt, na een infuus met een zoutoplossing of arginine. De klassieke dorstproef, waarbij de patiënt een aantal uren niet drinkt, wordt ook nog gebruikt. Met een MRI-scan van de hypofyse zoekt de arts daarna naar de oorzaak. Lees hier op de pagina diabetes insipidus diagnostiek uitgebreid over.

Nefrogene diabetes insipidus

Bij de meeste mensen met diabetes insipidus bevindt het probleem zich in de hypofyse of hypothalamus. De hypofyse geeft dan niet voldoende ADH af. Soms ligt het probleem echter bij de nieren. In dit geval zijn de nieren ongevoelig voor het hormoon. Het heeft in dergelijke gevallen geen zin om extra ADH toe te dienen. De behandeling bij nefrogene diabetes insipidus is daarom verschillend dan bij andere vormen van diabetes insipidus. Lees hier alles over op de pagina nefrogene diabetes insipidus.